De stille afbraak van de eenmanszaak: waarom de BV in 2027 voor meer ondernemers de slimmere keuze is
Stap voor stap heeft de overheid het fiscale fundament onder de IB-ondernemer weggeslagen. Niet met één grote klap, maar met zeven jaar aan kleine draaien die samen een enorm verschil maken.

Als je in 2020 startte als ZZP'er met een eenmanszaak, leefde je fiscaal gezien in een andere wereld. Een wereld met €7.030 zelfstandigenaftrek, 14% MKB-winstvrijstelling, een fiscale oudedagsreserve om belasting mee uit te stellen, en aftrekposten die je tegen het toptarief van 46% kon verrekenen. Die wereld bestaat niet meer.
Stap voor stap heeft de overheid het fiscale fundament onder de IB-ondernemer weggeslagen. Niet met één grote klap, maar met zeven jaar aan kleine draaien die samen een enorm verschil maken. Het doel? De fiscale kloof tussen ondernemers en werknemers dichten. Het resultaat? Een eenmanszaak is lang niet meer zo voordelig als het ooit was. En voor een groeiende groep ondernemers is de BV inmiddels de slimmere keuze.
In dit artikel zetten we álle negatieve wijzigingen van 2020 tot en met 2027 op een rij. Niet om je te ontmoedigen, maar om je te laten zien wat er werkelijk is veranderd en wat je eraan kunt doen.
1. De zelfstandigenaftrek: van €7.030 naar €900
Dit is de meest zichtbare klap. De zelfstandigenaftrek, ooit het fiscale paradepaardje van de ZZP’er, wordt in zeven jaar tijd met bijna 87% afgebouwd:
Wat dit concreet betekent: bij een winst van €80.000 betaalde je in 2020 over €7.030 minder winst belasting, puur door de zelfstandigenaftrek. In 2027 is dat nog maar €900. Het verschil in aftrek is €6.130. Afhankelijk van je tarief scheelt dat al gauw €2.200 tot €3.000 per jaar meer belasting door deze ene wijziging.
2. De MKB-winstvrijstelling: van 14% naar 12,7%
De MKB-winstvrijstelling was jarenlang een stabiele 14%. Maar ook hier is de kaasschaaf langsgekomen:
Het lijkt bescheiden, 1,3 procentpunt verschil, maar reken het door. Bij een winst van €80.000 na ondernemersaftrek scheelt het verschil tussen 14% en 12,7% al zo’n €1.040 minder vrijstelling. Belast tegen circa 37% is dat ruim €385 extra belasting per jaar.
3. De fiscale oudedagsreserve (FOR): volledig afgeschaft
Tot en met 2022 mochten IB-ondernemers jaarlijks tot 9,44% van de winst (maximaal €9.632) reserveren als fiscale oudedagsreserve. Je betaalde daar op dat moment geen belasting over, een vorm van belastinguitstel die je als renteloos krediet voor je onderneming kon inzetten.
Per 1 januari 2023 is de FOR afgeschaft. Geen nieuwe opbouw meer mogelijk. Dat betekent geen jaarlijkse belastingbesparing meer via deze route, geen mogelijkheid meer om winst fiscaal vriendelijk te parkeren binnen je onderneming, en één instrument minder om je belastingdruk als IB-ondernemer te sturen.
De BV-ondernemer kent dit probleem niet. Die heeft via de vrijheid in de salaris- en dividendverhouding veel meer sturingsinstrumenten om belastingdruk te plannen en vermogen binnen de vennootschap op te bouwen.
4. De tariefmaatregel: aftrekposten minder waard bij hoger inkomen
Dit is misschien wel de meest onderschatte verslechtering. Sinds 2020 geldt een tariefmaatregel waardoor ondernemersaftrekposten bij hogere inkomens niet meer tegen het toptarief van 49,5% aftrekbaar zijn, maar slechts tegen een verlaagd tarief:
Verdien je als ondernemer meer dan €78.426 (2026)? Dan is elke euro aan aftrekpost bijna 12% minder waard dan wanneer je die tegen het volle toptarief had kunnen verrekenen. Dit treft juist de succesvolle ondernemer die het hardst groeit.
5. De middelingsregeling: afgeschaft
Een regeling waar weinig over wordt gesproken, maar die juist voor ondernemers met wisselende inkomsten enorm waardevol was: de middelingsregeling. Hiermee kon je je box 1-inkomen over drie aaneengesloten jaren middelen. Had je een topjaar gevolgd door een mager jaar? Dan kon je het progressienadeel achteraf terugvragen.
Per 1 januari 2023 is de middelingsregeling afgeschaft. De laatste periode waarover nog gemiddeld mag worden is 2022–2023–2024.
Dit raakt IB-ondernemers extra hard. Uit evaluatie bleek dat zo’n 40% van de gebruikers IB-ondernemer was. Logisch, want juist bij ondernemers schommelt de winst van jaar tot jaar. Een slechte debiteur, een grote investering, een seizoensdip: het zijn normale onderdelen van ondernemen. De middelingsregeling ving het fiscale nadeel daarvan op. Dat vangnet is er niet meer.
6. De schijfgrenzen: niet volledig gecorrigeerd voor inflatie
Een maatregel die onder de radar blijft: de belastingschijfgrenzen worden de afgelopen jaren niet volledig geïndexeerd voor inflatie. In 2026 is de correctie slechts 52,8% van de daadwerkelijke inflatie. Het gevolg is dat je bij een gelijkblijvend inkomen sneller de hogere belastingschijf in schuift. Een verborgen belastingverhoging waar je als IB-ondernemer direct last van hebt, omdat je volledige winst in box 1 valt. De BV-ondernemer kan dit opvangen door winst in de vennootschap te houden en alleen het gewenste bedrag als salaris of dividend uit te keren.
Het cumulatieve effect: wat betekent dit voor jou?
Laten we de belangrijkste wijzigingen samenvatten in één overzicht. Neem een ondernemer met €80.000 winst:
Dat is €3.000 tot €4.500 per jaar méér belasting bij dezelfde winst. Over vijf jaar telt dat op tot €15.000 – €22.500. En dan hebben we het nog niet over het indirecte effect van de niet-geïndexeerde schijfgrenzen.
En nu: wanneer wordt de BV voordeliger?
Met al deze verslechteringen is het omslagpunt — het winstniveau waarop de BV fiscaal voordeliger wordt dan de eenmanszaak — fors gedaald.
Met andere woorden: voor iedere ondernemer die structureel meer dan €60.000 winst maakt, is het op z’n minst het doorrekenen waard.
Waar zit dat voordeel dan precies? De vennootschapsbelasting bedraagt 19% tot €200.000 winst en 25,8% daarboven, vaak aanzienlijk lager dan het IB-toptarief van 49,5%. Je bepaalt als DGA zelf de verhouding tussen salaris, dividend en reserveren, waardoor je de belastingdruk kunt spreiden en plannen. Via een holdingstructuur kun je winsten belastingvrij doorschuiven dankzij de deelnemingsvrijstelling. Je kunt winst in de BV laten zitten en belastingvrij laten groeien, en daarnaast is je privévermogen beter beschermd door de beperkte aansprakelijkheid. Tot slot biedt de BV een sterkere professionele uitstraling, wat steeds relevanter wordt in een markt waar opdrachtgevers strenger toetsen op schijnzelfstandigheid.
De schijnzelfstandigheidsdiscussie maakt het extra urgent
Naast de fiscale verslechteringen speelt er nóg iets: de handhaving op schijnzelfstandigheid is per 2025 weer volledig actief. Het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is inmiddels geschrapt, maar het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief onder €38 is in april 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De Zelfstandigenwet is in de maak.
Voor opdrachtgevers betekent dit onzekerheid, en die onzekerheid leidt ertoe dat sommigen liever werken met BV's dan met eenmanszaken. Een BV biedt weliswaar geen waterdichte bescherming tegen herkwalificatie, maar het signaal van ondernemerschap is sterker.
Wat kun je nu doen?
Het begint met inzicht. Laat je situatie doorrekenen, niet op basis van gevoel, maar met concrete cijfers. Wat kost je eenmanszaak je nu echt? En wat zou een BV-structuur opleveren?
Over Ray Finance
Bij Ray Finance helpen we ondernemers niet alleen met de boekhouding, maar met de vraag erachter: hoe richt je je financiën zo in dat je het maximale uit je onderneming haalt?
Of je nu ZZP'er bent met een eenmanszaak, een MKB'er met een VOF, of al nadenkt over een BV-structuur — wij rekenen het voor je door. Concreet, op basis van jouw cijfers, met een helder advies.
Benieuwd wat de BV voor jou kan betekenen? Plan een vrijblijvend gesprek, dan laten we precies zien waar het omslagpunt voor jouw situatie ligt.


